Categorie archieven: Blog

Week van de Circulaire Economie: wat is er nodig?

14 t/m 20 januari is de week van de circulaire economie. In heel Nederland worden events, workshops en masterclasses georganiseerd. Er lijkt enorm veel te gebeuren in het land, daarom willen wij uitzoomen en in deze blog ons licht op de vordering van de transitie laten schijnen.

Transities verlopen vaak via eenzelfde patroon: de status-quo wordt doorbroken door disrupties en conflicten, gevolgd door een periode van chaos waarin de nieuwe machtsverhoudingen en bijbehorende randvoorwaarden van het nieuwe systeem worden bepaald. Volgens stabiliseert de situatie weer en ontstaat er een nieuwe status quo. Dit proces heeft zich door de geschiedenis heen talloze keren voorgedaan en ook nu zitten we in zo’n kantelperiode.

De status-quo van de lineaire economie is niet langer houdbaar. Negatieve gevolgen van dit systeem worden steeds meer zichtbaar en meer en meer mensen mobiliseren zich en initiëren verandering.

De transitie naar de nieuwe economie wordt echter veel te vaak vanuit een technocratisch perspectief benadert. Het nieuwe systeem vraagt niet alleen om technische oplossingen maar juist ook om het ontwikkelen van nieuwe waarde proposities: het vergt fundamentele veranderingen in ons waardesysteem en de perceptie van onze behoeften.

Wanneer je op dagelijkse basis bezig bent met milieuvraagstukken, circulaire economie en energietransitie zie je dat er ongelofelijk veel gebeurt om de nieuwe orde vast te stellen. De verschillen tussen het oude- en het nieuwe systeem zijn echter enorm. De oude structuur is hiërarchisch en verzuild met enorme verschillen in de maatschappij. Het nieuwe systeem bestaat uit netwerken en gemeenschappen die decentraal georganiseerd zijn, waarbij waard creatie voor mens, ecologie en economie het doel is.

Deze verandering gaat echter niet vanzelf. Mensen zijn gewoontedieren en verandering gaat vaak gepaard met weerstand. Er is een goede eerste aanzet gegeven, maar er is nog veel meer voor nodig om richting de nieuwe economie te komen. Er zijn dappere individuen nodig die buiten de gebaande paden durven te treden, die als proefkonijn nieuwe randvoorwaarden durven te scheppen, want als we één ding leren uit de transitiekunde is het dat transities mensenwerk zijn.

Er zijn tal van pioniers die samen het vliegwiel van de circulaire economie aanzwengelen. Het project Schoonschip, waar onze collega Pepijn nauw bij betrokken is, is een mooi voorbeeld waar 30 vastberaden innovators de eerste duurzame wijk op water bouwen. Eigenhandig gaan deze individuen aan de slag en ze laten zich niet laten tegenhouden door bestaande gebruiken, belemmerende wet-of regelgevingen. Met hun acties creëren ze een ecosysteem van bouwers, installateurs, aannemers, architecten en leren zo samen met alle betrokkenen hoe deze transitie moet worden vormgegeven. Zulke pioniers creëren de paden die in de toekomst door iedereen bewandeld zullen worden en bouwen zo mee aan de nieuwe economie. Wil je meer weten over Schoonschip? Lees dan hier hun nieuwste blog.

Dr2 New Economy gelooft in deze aanpak. Daarom steken wij samen met onze partners en opdrachtgevers onze nek uit, banen nieuwe paden, brengen innovaties naar de markt, stoten onze kop en strijden voor de nieuwe economie die we aan het vormen zijn. Zo gaan wij niet voor een minder-slecht scenario, maar creëren wij positieve impact door samen die nieuwe behoefte te toetsen en een nieuwe waarde propositie te ontwikkelen.

 

Geschreven door: Iris Grobben

Topmanager bedankt!

Gister was Trouw wel wat kort door de bocht in mijn optiek om jullie STAR te noemen. (zie artikel: Topmanagers zijn te star voor een groene economie: ‘Ik ben niet zo’n cursustype’)

Want jullie zijn wel degelijk sterren die een aantal dingen voor elkaar hebben gekregen. Jullie hebben knap ons uit economische crisissen gehaald met de ziekelijke business modellen.

Ik wil jullie daarvoor bedanken dat jullie die verantwoordelijkheid hebben genomen voor het creëren van deze sterke economie, voor jullie eindeloze en moedeloze inzet voor het creëren van werkgelegenheid, winst, aandeelhouders tevredenheid, innovatie, continu nieuwe product ontwikkelen. Dat jullie hebben gezorgd dat de consument keuzes genoeg heeft, zodat ze het gevoel hebben dat hun persoonlijk behoefte vervuild kan worden met prachtige producten waarin ze zichzelf herkennen dan wel spiegelen. Ik wil jullie bedanken voor het creëren van een marktvraag zodat wij opeens dachten dat we producten nodig hebben, waarmee we ons allen kunnen verrijken aan externaliteiten en korte geluksmomenten.

Jullie hebben beoefend wat de studies moesten duiden: winstoptimalisatie, de focus op terugverdientijden, het creëren van slimme strategieën zodat organisaties konden groeien en schalen, de concurrentie voorblijven, consumenten analyses en -profielen maken zodat je met je bedrijf de markt kon veroveren!

Zo weet ik nog goed dat ik tijdens mijn studie ook de ‘economische terugverdientijd’ moest berekenen voor bepaalde producten. Hiermee zorgde je dat de klant terugkwam om je volgende product te kopen. Dus je leerde je technische ontwerp aan te passen zodat het kapot ging. Ergens anders leerde ik weer dat het loon gebaseerd is op verantwoordelijkheid. In een tabel was van schoonmaker, buschauffeur, teamleider, pilot tot topmanager duidelijk te zien dat afhankelijk van de hoeveelheid mensen waarvoor jij verantwoordelijk was, je loon hoger was, zodat dat je meer kon verdienen.

Vaak begreep ik de topmanager niet en ik oordeelde over hun. Ik begreep niet hoe zij aan het leiden waren en had het gevoel dat ik zelf (te ver) voor de groene troepen uit liep. Ik dacht, het kan toch nu allemaal al veel groener? Hoezo winst? Waarom niet waarde? Ik heb het geluk gehad een aantal grote topmanagers persoonlijk te mogen ontmoeten en toen begreep ik pas welk speelveld jullie je soms in bevinden. De organisatie en aandeelhouders tevreden houden, verantwoordelijkheden van zo’n grote organisatie, veiligheid en iedereen zijn baan. Hoe lastig het mij lijkt dat je al die belangen in stand moet houden terwijl je een organisatie wil vergroenen.

Maar tijdens al dit verrijken en (terug)verdienen zijn wij vergeten dat het ons ook iets heeft gekost; mensen aan de andere kant van de wereld leven in barre omstandigheden en de constante groei gaat ten kosten van onze aarde en ik denk ook soms van onszelf. Ten kosten van ons natuurlijke bestaan. We debatteren over het redden van het klimaat en marcheren op straat met gele hesjes omdat we ons bedonderd voelen door grote machten.

Dus laten we kijken hoe we deze energie omzetten in nieuwe mogelijkheden en waarbij we kunnen ontdekken welk ander leiderschap er nodig is. In mijn optiek meer gezamenlijk- en persoonlijk leiderschap waarin we de verantwoordelijkheid nemen voor onze arbeid, wereld en onszelf. Er wordt gesproken over een transitie naar een groene economie. Eentje waar we in mijn optiek allemaal aan kunnen verdienen en waar een heleboel leuks in te doen is. Eentje waarin persoonlijke ontwikkeling en echte verbindingen met elkaar een grote rol zullen spelen, wat zorgt voor een oprecht en groeiend geluk.

Het gezamenlijk creëren van generatieve businessmodellen waarbij waardeoptimalisatie voor de natuur en mens het uitgangspunt is en de consument eigen en eindeloze keuzes heeft. Organisatie waarbij je zelf een aandeel hebt, eigen verantwoordelijken en macht. Een echte leider is een leider die het bedrijf begeleid naar een nieuwe economische perspectief: New Economy 2030. Daar kan je vandaag al mee beginnen!

Dan mag het hesje ook weer aan de wilgen en kan de topmanager blijven doen waar die goed in is: grote organisaties en al de belangen managen, een menselijke organisatie die bezig is met de veranderlijk mooie wereld te vertalen naar generatieve producten en zo consumenten ervan te overtuigen deze te gebruiken. Daar hebben ze inderdaad geen cursus voor nodig.

Kansrijke business cases voor ‘urban mining’ reststromen uit Bouw & Sloop en E-waste in de MRA

Welke kansen liggen er voor het hoogwaardig benutten van de reststromen uit Bouw & Sloop en E-waste in Metropoolregio Amsterdam (MRA)? Met die vraag zijn Metabolic en Dr2 New Economy de afgelopen maanden het veld in gegaan en hebben zij kansrijke substromen voor circulaire verdienmodellen geïdentificeerd.

Inmiddels zijn de veelbelovende resultaten beschikbaar en omdat Dr2 New Economy en Metabolic geloven in de kracht van het delen zijn alle inzichten openbaar gemaakt. De links naar de online database, de casussen, de ontwikkelde rekenmodellen en de kansrijke circulaire business cases staan hieronder vermeld. Alle inzichten gebundeld zijn via onderstaande links te benaderen:

 

Metrics & Data Bronnen & Database: MRA Bouw & Sloop en E-waste.

Aan de publicatie van de database zijn meerdere werksessies voorafgegaan waarbij meer dan 40 stakeholders input leverden over de potentie van de circulaire verdienmodellen. Tijdens deze sessies zijn de inzichten uit wetenschappelijke data getoetst aan de markt, waardoor de inzichten voor ketenpartners toepasbaar zijn geworden.

Klik op de betreffende casus om de PDF te downloaden waarin de bevindingen staan van de eerste werksessie op 11 september:

  1. Casus Inzameling: Scheiden vervuilende fracties
  2. Casus: Hout: Van hout weer :’hout’ maken
  3. Casus Isolatie: Isolatie hoogwaardig hergebruiken
  4. Casus Gipsplaat: Gipsplaat recyclen tot gipsplaat
  5. Klik hier om de PDF te downloaden waarin de bevindingen staan van alle E-waste sessies op 11 sept

 

Tijdens de tweede business case sessie, op 25 september j.l., presenteerden wij de meest kansrijke business cases en toetsen wij de haalbaarheid bij betrokken partijen. Het doel was de kennis, ervaring en visie van het bedrijfsleven in de MRA ten volle te benutten. Daarom vroegen we alle aanwezigen die met ons circulair wilden werken informatie die van belang was voor de cases mee te nemen of toe te voegen aan de door ons ontwikkelden rekenmodellen:

  1. Rekenmodel Casus Inzameling: Scheiden vervuilende fracties
  2. Rekenmodel Casus Hout: Van hout weer ‘hout’ maken
  3. Rekenmodel Casus Isolatie: Isolatie hoogwaardig hergebruiken
  4. Rekenmodel Casus Gipsplaat: Gipsplaat recyclen tot gipsplaat

 

Uit deze werksessies bleek dat er veel potentie wordt gezien in circulaire verdienmodellen en dan met name op het gebied van Bouw & Sloop. Daarnaast is er veel animo onder het bedrijfsleven om deze nieuwe circulaire verdienmodellen door samenwerking in de regio te realiseren.

Wil jij ook aan de slag met concreet testen van de potentie van jouw circulaire verdienmodel door middel van pilot projecten?
Neem contact op met Pepijn Duijvestein via +31 6 41 33 38 89 of pepijn@dr2neweconomy.com

Leiderschap in de transitie naar een circulaire economie: hoe experts de transitie aanjagen

De term circulaire economie begint steeds meer navolging te krijgen en mede door de inzet van innovatieve startups, pionierende overheden en dappere corporates, worden de al vele concrete stappen richting deze nieuwe economie gezet. Hieruit wordt duidelijk dat de transitie is begonnen en deze wordt veelal begeleid door adviesbureaus zoals Dr2 New Economy die, met verstand van zaken, met de klant samen onderzoeken welke stappen er gezet kunnen worden en welke kansen er liggen. In haar onderzoek stelde Iris (jr adviseur Dr2 New Economy) zichzelf de vraag: ‘Welke leiderschapsrol vervullen deze adviesbureaus in de transitie naar een circulaire economie?’

Voor haar master thesis deed Iris Grobben onderzoek naar de transitie naar een circulaire economie. Vanuit de wetenschappelijke literatuur is er veel bekend over hoe een circulaire economie eruit zou moeten komen te zien, maar nagenoeg onbeschreven is het leiderschap van de organisaties die daadwerkelijk bezig zijn met de implementatie van deze ideeën en vanuit een regisseursfunctie partijen begeleiden in de transitie. Hoe zij hun werk doen en welke verandering zij hiermee in de wereld brengen is het onderwerp van deze blog.

Er bestaan tal van obstructies die de transitie naar circulair in de weg zitten: een gebrek aan kennis en geld, perverse marktprikkels, wetgeving die niet meebeweegt en een gebrek aan zichtbaarheid van de potentiele oplossingen, wat maakt dat de transitie in een Change Deadlock gevangen lijkt. Adviesbureaus, als regisseurs van de transitie, willen deze Change Deadlock oplossen. Dit doen ze door Horizontaal Leiderschap te vertonen. Dit is een vorm van collectief leiderschap waarbij de focus ligt op het creëren van nieuwe samenwerkingen en het opdoen van kennis. Hierin staan een onderzoekende houding, learning-by-doing en reflectie centraal.

Adviesbureaus brengen verschillende partijen om tafel en zonder vooraf te weten wat de oplossing gaat zijn, gaan ze die samen met de opdrachtgever vormgeven. Hierbij worden nieuwe connecties gelegd, innovatieve oplossingen bedacht en wordt er op concrete schaal toegewerkt naar een circulair systeem. Het resultaat van hun werk dient vervolgens om anderen te stimuleren en inspireren ook met circulariteit aan de slag te gaan en hiermee zijn ze Prospect Builders.

Door het werk van de regisseurs vermindert de Change Deadlock en wordt het meer en meer mogelijk gemaakt circulariteit in het DNA van organisaties en uiteindelijk de samenleving te verwerken. De kansen die er liggen worden daardoor steeds meer benut, verspilling wordt steeds verder terug gedrongen en de positieve effecten op klimaat, economie en samenleving worden steeds verder zichtbaar. Traditionele adviesbureaus vervullen dus een sleutelrol in de transitie naar een circulaire economie en zorgen dat de transitie aan impact wint.

Vanuit Dr2 New Economy focussen wij op het zetten van de volgende stap en werken wij toe naar concrete implementatie van de nieuwe economie. Wij gaan aan de slag met de oneindige kansen die er liggen. Wil je meer weten over de manier waarop wij dat doen? Ga dan naar Diensten!

Hoe kunnen regionale overheden leiders zijn in de transitie naar circulair?

De transitie naar een circulaire economie is op alle niveaus van de samenleving ingezet. Met het opstellen van de transitieagenda’s[1] (maakindustrie, bouw, bio-based en voedsel, kunststof & consumptiegoederen) zijn vijf ketens aangewezen waarin er grote stappen gezet gaan worden in het circulair maken van (productie)processen. Hoewel deze agenda’s zijn opgesteld naar aanleiding van het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050, ligt er regionaal een grote opgave. 

In de transitie naar een nieuwe economie waarin producten worden gemaakt van gebruikte en hernieuwbare grondstoffen moeten enorm veel innovaties plaatsvinden: er moeten nieuwe toepassingen van reststromen worden ontwikkeld, nieuwe retoursystemen, nieuwe gebruiks- en business modellen en nieuwe vormen van financiering. Omdat het sluiten van kringlopen veelal op regionaal niveau plaatsvindt, kan een provincie en een gemeente een grote rol spelen in het aanjagen van deze veranderingen. Alle provincies ontwikkelen inmiddels beleid m.b.t. de transitie en ook in gemeenten is men hard aan het werk om met de bedrijven, de kennisinstellingen en de bewoners de eerste stappen te zetten richting de nieuwe economie. Dr2 New Economy is betrokken bij deze processen. Wij hebben daardoor veel kennis opgebouwd over hoe provincies en gemeenten leiders kunnen worden in deze transitie en een innovatief klimaat kunnen creëren in de regio.

Minister Eric Wiebes ziet circulaire economie als onderdeel van de klimaatopgave en gaf 4 tips voor het bespoedigen van de transitie[2]:

  •    Koop anders in
  •    Investeer in doorbraaktechnologie
  •    Zorg dat afval ook echt mag hergebruikt worden
  •    Geef incentives voor duurzaamheid

Wat hieruit naar voren komt is de voorbeeldrol die een regionaal bestuur inneemt. Door zelf circulair in te kopen wordt een duidelijk beeld afgegeven aan de regio en wordt er tevens een incentive gegeven aan de industrie. Vaak hebben innovatieve bedrijven een launching customer nodig en hierin ligt een mooie rol voor de regionale overheid die nauw betrokken kan zijn bij deze innovaties. Dit heeft een stimulerende werking op de regio en zorgt ook dat andere ondernemers het belang van innovatie voor hun eigen processen gaan inzien. Daarnaast is het van belang dat een provincie of gemeente als verbinder optreedt. Vaak willen bedrijven maar al te graag innoveren, maar weten ze elkaar nog te weinig te vinden. Wanneer de provincie of gemeente als een verbindende rol inneemt kunnen er makkelijker nieuwe verbanden worden gelegd die uitgewerkt kunnen worden tot innovatieve samenwerkingen.

Gemeenten en provincies kunnen een leiderschapsrol pakken door perspectief te bieden en richting te geven aan de ontwikkelingen. Kees van Kaam (2015) benadrukt hierin het belang van lef en geduld en hij benoemt dat duurzaam leiderschap bouwt aan vertrouwen, holistisch denkt en waarde creëert voor alle betrokkenen.

Voor Dr2 New Economy ligt de focus op verbinden. Wij hebben mensen in het veld die bedrijven aan kennis koppelen, wij ondersteunen bij het smeden van productieketens en het opschalen van gemeentelijke activiteiten, wij betrekken burgers en onderwijsinstellingen en verstevigen de relatie met het Haagse- en Brusselse beleid. De vervolgstap is dan het zodanig te stimuleren en faciliteren dat de markt zélf in beweging komt. Een circulair inkoopbeleid van provincie en gemeente speelt daarbij een belangrijke rol.

Kenmerkend aan de rol van de regionale overheden is de potentie om de handelingsenergie die in de regio aanwezig is aan te spreken. Van Kaam (2015) verwoordt het als volgt: “Met bezieling, denken en doen. Dat vraagt om handelen en verbeelden, vertrouwen, geloven en volharden, aftasten, waarderen en onderzoeken om daadwerkelijk transformaties door ontspannen plannen te realiseren.” Wij helpen overheden deze houding aan te nemen en hierdoor kunnen zij een innovatief klimaat creëren dat nodig is om samen de transitie vorm te geven. Zo komt met iedere stap de circulaire economie dichterbij! Ook benieuwd wat Dr2 New Economy voor uw regio kan betekenen? Bezoek onze pagina Diensten.

Meer lezen over de rol van een overheid in de transitie? Lees onze blog ‘Overheid van facilitator naar partner‘.

 

[1] https://www.circulaireeconomienederland.nl/transitieagendas/default.aspx

[2] https://www.vno-ncw.nl/forum/zo-zet-je-de-circulaire-economie-de-turbostand

Ketenakkoorden in de praktijk

 

Waar DR2 New Economy al eerder het belang van ketenakkoorden in de transitie naar een circulaire economie bepleitte, werden vorige week maar liefst zes circulaire ketenakkoorden getekend tijdens een bijeenkomst van het Platform Circulair Flevoland. Ik was dagvoorzitter tijdens de bijeenkomst en ondersteun de provincie Flevoland als adviseur bij het bereiken van een ambitieus doel: de provincie wil in 2030 bekend staan als belangrijke grondstoffenleverancier voor de circulaire economie.

 

Platform Circulair Flevoland

De derde bijeenkomst van Platform Circulair Flevoland vond 7 september plaats op de Aeres Hogeschool in Dronten. De aanwezigen, onder wie vertegenwoordigers van de provincie, gemeenten, het onderwijs en het bedrijfsleven, werden toegesproken door Marc Pruijn, programmamanager van het Rijskbrede programma ‘Nederland Circulair in 2050’. Hij stelde dat hoewel het Rijk beleid maakt op het gebied van circulaire economie, de transitie regionaal en lokaal moet plaatsvinden. Het tekenen van circulaire ketenakkoorden in de provincie Flevoland is volgens hem dan ook een positieve ontwikkeling die de overheid met veel interesse volgt: zo wordt gekeken naar mogelijkheden voor opschaling en aanknopingspunten voor beleid. Ook Michiel Rijsberman, gedeputeerde in Flevoland, benadrukte het belang van de ketenakkoorden: volgens hem is er de afgelopen jaren heel veel gepraat maar is het nu tijd om concrete stappen te zetten.

 

Ketensamenwerkingen in Flevoland

De zes ketenakkoorden die werden ondertekend zijn gericht op het maken van nieuwe producten van gebruikte materialen of groene grondstoffen. Elke keten bestaat uit een aanbieder van een grondstof, een verwerker en een afnemer voor het product. Het gebruik van plastic afval voor nieuwe producten voor de openbare ruimte en hergebruik van oude dakbekleding als grondstof voor asfalt zijn voorbeelden van de ketenakkoorden die werden ondertekend. Gedeputeerde Rijsberman zette namens de provincie Flevoland zijn handtekening onder alle initiatieven: de provincie levert ketenmanagers die de ketenpartijen helpen om eventuele belemmeringen in bijvoorbeeld bestaande wetgeving te identificeren en aan te pakken. Het Platform Circulair Flevoland liet zien dat het begin er is. Door nu ook door te pakken worden er naar verwachting in de komende jaren nog veel meer ketensamenwerkingen gevormd in de provincie Flevoland.

 

Marieke van der Werf

Directeur Dr2NewEconomy

Oud-Tweede Kamerlid voor het CDA

Ik ben het klimaat

De zomer van 2018 gaat de boeken in als de warmste ooit. We beginnen klimaatverandering aan het zwetende lijf te ondervinden. Het lijkt mij het logisch gevolg van het in enkele decennia verbranden van grondstoffen die in miljoenen jaren zijn ontstaan. Uitkijkend over groene beboste hellingen in Kroatië vind ik eigenlijk dat de natuur deze ongelofelijke verstoring bewonderenswaardig opvangt.

Laten we hopen dat de hitte het debat voedt en ruimte creëert voor passende maatregelen. Twitter en Facebook getuigen daar al van. Daarbij valt echter ook iets op. Klimaatverandering lijkt iets dat buiten ons om gebeurt. Het is alsof we of, nog liever ‘ze’, er iets aan moeten doen. Het is iets van buitenaf, dat moet worden opgelost met middelen van buitenaf: instrumenten die wetenschap, technologie, politiek en economie aanreiken. Begrijp me goed, ik heb grote achting voor het oplossend vermogen van het menselijk intellect, maar het is een illusie te denken dat dezelfde middelen die tot het probleem hebben geleid ook de oplossing bieden. Daarvoor moeten we een slag dieper.

Geïnspireerd door de encycliek Laudato Si, heb ik deze vakantie een en ander gelezen van en over Fransiscus van Assisi, de naamgever van de huidige paus. Beider vertrekpunt is dat de mens onderdeel is van de natuur. Niet alleen ethisch gesproken, maar ook biologisch. Moleculair zijn we immers nauw verwant aan alles om ons heen. Ooit gleed ik in een file langs een bord in een weiland waarop stond: “U staat niet in de file, u bent de file”. Een schitterend inzicht, overdraagbaar op het klimaatdebat: we beleven geen veranderend klimaat, we zíjn het klimaat.

Als we daar nu eens beginnen. Het doel is niet om de rotzooi (lees CO2) op te ruimen die het economisch systeem heeft veroorzaakt; het doel is om de ecologische balans te herstellen. Een systeemverandering in plaats van een deelverbetering. Als we onszelf als onderdeel van dat systeem zien, komt een meer fundamentele verandering in beeld. Eén waarbij economische activiteit is gekoppeld aan herstel en behoud van het natuurlijk systeem. Circulair, zoals de natuur zelf is, zoals wij zelf zijn.

Ik hoop dat de onderhandelaars aan de klimaattafels komende herfst niet alleen met tonnen en euro’s bezig zijn maar zich zo af en toe ook realiseren: ‘Ik ben het klimaat’.

 

Marieke van der Werf

Circulaire Economie: Meten is Weten

Tegelijk met de Transitieagenda’s presenteerde begin dit jaar het Planbureau voor de Leefomgeving een voorstel voor de monitoring van circulaire economie in Nederland. De ambities van het Rijksbrede Programma ‘Nederland Circulair in 2050’ vormen het uitgangspunt voor een systeem dat zowel het gebruik van grondstoffen meet als de milieudruk (broeikasemissies en afval) en het effect op sociaal/economisch vlak. Een complexe zaak: het Planbureau geeft zelf aan dat er nog wel één en ander ontwikkeld moet worden.

Kansen
Ondertussen stimuleren noodzaak en kansen van de circulaire economie bedrijven, gemeenten, provincies, kennisintellingen, NGO’s en burgers om ermee aan de gang te gaan. Als Dr2NewEconomy zijn wij betrokken bij een flink aantal initiatieven op dit gebied, in verscheidenen regio’s. Gaandeweg dringt zich nu de vraag op: hoe gaan we dit monitoren? Een bedrijf wil z’n klanten of aandeelhouders informeren, een gemeente of provincie ziet graag zijn circulaire bijdrage afgezet tegen de doelstellingen van het Rijk.

Klimaat
De ambitie van het Rijksbrede programma volgend, zou ik zeggen: rapporteer hoeveel primaire grondstoffen worden vervangen door secundaire dan wel biobased materialen. Op die manier valt te volgen of we inderdaad op weg zijn naar ‘50% minder primaire grondstoffen in 2030 en 100% (!) in 2050’. Maar zit het kabinet daar inderdaad op te wachten? Al in het regeerakkoord is vastgelegd dat circulaire economie in het verlengde ligt van de klimaatinspanningen. Vanuit het ministerie van I&W wordt op dit moment voornamelijk de link gelegd tussen circulaire economie en CO2-reductie. Op zich een verstandige zet van staatssecretaris Van Veldhoven, want voor de klimaatopgave heeft dit kabinet, anders dan voor grondstoffen, wél fondsen beschikbaar.

Keuzes
Toch is nu een beetje onduidelijke situatie ontstaan. Wat te doen als het verwerken van reststromen tot hoogwaardige secundaire materialen (tijdelijk) meer energie kost dan het gebruik een primaire grondstof? Wat als biomassa meer doet voor het klimaat als brandstof met CO2-opslag dan als grondstof voor circulaire producten? Welke keuzes maak je dan?
Met betrekking tot monitoring is dus behoefte aan duidelijkheid: Wat wordt in Nederland dé indicator van de circulaire economie? Omdat nu op decentraal niveau de monitoring wordt ingericht hoop ik dat er snel helderheid komt. Suggesties welkom!

Marieke van der Werf
Directeur Dr2NewEconomy
Oud-Tweede Kamerlid voor het CDA

Ketenakkoorden als schakel in de circulaire economie

Begin deze maand zijn de transitie-agenda’s circulaire economie gepresenteerd: gedegen stukken met lange termijn visies en korte termijn acties voor vijf sectoren. Het Planbureau voor de Leefomgeving gaat met een nieuw monitoringssysteem de voortgang meten. De transitie-agenda’s vloeien voort uit het zogenaamde Grondstoffenakkoord, dat een aantal ministeries onder het vorige kabinet sloot met een zo’n 300 bedrijven en organisaties. Het woord ‘akkoord’ roept de vergelijking op met het energie-akkoord, dat inmiddels alweer zo’n 5 jaar in uitvoering is. Die vergelijking klopt echter niet. Anders dan het uit-onderhandelde energie-akkoord, met ondertekende afspraken tussen partijen, is het Grondstoffenakkoord nu nog een verzameling van beleidsopties.

Maar de circulaire economie heeft harde afspraken nodig. We blijven teveel hangen in discussies over het sturen op kwantiteit van inzameling dan wel kwaliteit van het recyclaat of het stimuleren van inzameling dan wel het aanwakkeren van de marktvraag naar secundaire materialen. Daarbij kunnen alle betrokkenen het ook eindeloos hebben over rollen en verantwoordelijkheden. Mijn analyse is dat de zoektocht naar generieke maatregelen voor circulaire economie, het proces vertragen. Mijn pleidooi is derhalve om op kleinere schaal concrete stappen te zetten. Ik wil daar direct een middel bij introduceren: het Ketenakkoord. Binnen een ketenakkoord maken ontwerpers, producenten, inzamelaars, recyclers en afnemers afspraken over het hergebruik van een product of materiaalsoort. Energie als grondstof kan daar ook onder vallen. Deze partijen maken een bindende afspraak over de aan te leveren reststroom, de output van het sorteerproces, de kwaliteit van het recyclaat en de gegarandeerde afname van de opbrengst. Ook over de verdeling van kosten en baten worden binnen de keten afspraken gemaakt. De overheid kijkt mee: naar kansen en belemmeringen, mogelijkheden voor opschaling en aanknopingspunten voor beleid. Het percentage primaire grondstof dat met een Ketenakkoord uit het systeem wordt gedrukt, is exact te monitoren en telt direct mee in de doelstellingen van het Rijksbrede Programma Circulaire Economie. De voorbeelden liggen er al: sloopopbrengst uit vastgoed en infrastructuur die wordt ingezet voor nieuwbouw; huishoudelijk afval dat na verbranding nog voldoende mineralen opleveren om stoeptegels terug te leveren aan de gemeente; biopolymeren gewonnen uit rioolslib en toegepast in lichtgewicht plantenpotjes voor de export; etc. De crux is om deze en nieuwe ketens te smeden tot meerjarige akkoorden.

Afgelopen week hoorde ik in perscentrum Nieuwspoort staatssecretaris Van Veldhoven over de uitrol van de transitie-agenda’s. Het ministerie van I&W denkt na over de een uitvoeringsagenda. Ketenakkoorden zouden daar als concrete projecten uitstekend in passen. Ik zeg: nú doorpakken!

Marieke van de Werf

Sturen op transities: overheid van facilitator naar partner

Drie majeure bewegingen leiden tot een nieuwe verhouding tussen burger en overheid. Eén komt vanuit de samenleving zelf: de toenemende mondigheid van mensen krijgt vorm via sociale media en wordt opgepikt door de publieke kanalen, wat weer versterkend werkt op die mondigheid. Een tweede beweging komt vanuit de overheid: bijna alle politieke partijen roepen inmiddels op tot een participatiesamenleving waarin burgers zelf verantwoordelijkheid nemen voor maatschappelijke uitdagingen. De derde beweging komt voort uit het krachtenveld waarin burger en overheid om elkaar heen draaien: de noodzaak van een transitie op terreinen als energie, grondstoffen, voedsel, etc stellen nieuwe eisen aan de relatie tussen bestuur en samenleving.

Dit alles is wel zo’n beetje bekend bij bestuurders, beleidsmakers en politici. Maar de vraag hóe je de relatie invult om effectief te sturen in een transitie is daarmee nog niet beantwoord. Voorlopig grijpen we dan maar terug op het bekende instrumentarium van de oude economie: dialoogsessies, inspraakrondes, en zo af en toe een akkoord. Vernieuwing moet wat mij betreft komen uit een nieuwe rol van de overheid: wordt partner in plaats van facilitator.

Of het nu gaat om de energietransitie, de circulaire economie of andere complexe maatschappelijke vraagstukken, ik zie een overheid die organiseert, mensen bijeen brengt, ketens optuigt, in dialoog gaat, luistert en schrijft om uiteindelijk een en ander te verwerken in beleidsstukken. Met andere woorden: een overheid die het proces faciliteert. Netjes, nobel en er komt echt wel wat uit, maar het is niet genoeg voor de transitie naar een nieuwe economie. Die vraagt niet om procesondersteuning maar om partnerschap!

Als van mij wordt gevraagd een grote stap te zetten, dan verwacht ik een zelfde stap van mijn gesprekspartners. Als van mij een transformatie wordt verwacht, wil ik een partner die zelf in beweging komt. Als ik moet investeren in baanbrekende technologie, hoop ik op een partner die mijn businesscase rond maakt. En als ik afspraken maak, wil ik een partner die niet elke paar jaar met andere voorwaarden komt.

Dit betekent dat de overheid de transitie niet van zich ‘weg’ kan organiseren: de overheid moet zélf onderdeel zijn van het transitieproces. Het eigen huis moet op orde; de inkoopfunctie moet in lijn zijn met wat men aan de samenleving vraagt; er moeten durfkapitaal en seedmoney op tafel komen; beleidsthema’s moeten op bestuurlijk niveau worden geïntegreerd; in een energieakkoord committeert ook de overheid zich aan een aantal doelen; ambtenaren moeten met een stevig mandaat kunnen opereren, etc.

Dat dit niet makkelijk is binnen ons huidige stelsel moge duidelijk zijn. Want niet alleen de overheidsorganisatie moet op de schop, ook de politieke besluitvorming wordt anders. Als de samenleving aan zet is, bepaalt diezelfde samenleving doelen en randvoorwaarden. De bestuurder legt verantwoording af over het proces, waarin hij als partner opereert. Op dat partnerschap kan hij afgerekend worden, maar de resultaten reiken net zo ver als hij met zijn partners afspreekt. In dit proces moeten niet alleen overheid en samenleving elkaar vinden, maar ook bestuur en volksvertegenwoordiging. It takes two to tango!

Bewaren

Bewaren

Bewaren