Auteur archieven: Iris

Concreet inzicht in de mogelijkheden voor een circulaire maakindustrie provincie Overijssel

Als je wil weten hoe je concreet aan de slag kan gaan met circulaire verdienmodellen wil je inzicht in wat de mogelijkheden zijn. Met dit vraagstuk als uitgangspunt zijn we aan de slag gegaan met de verkenning van de impact van het circulair realiseren van een aantal veel voorkomende producten uit de Overijsselse maakindustrie. Voor de volgende productcategorieën is een verkenning uitgevoerd naar de circulaire kansen: Zoutstrooier, Uninterruptible power supply (UPS) systemen, Industrial Food processors, CNC-systemen en High-tech radar systemen. Deze inzichten zijn benut in de Regionale Transitieagenda (RTA) Maakindustrie van de provincie Overijssel en uitgewerkt in factsheets.

De ontwikkelde factsheets geven inzicht in de factoren die van invloed zijn op de maakindustrie en illustreren tevens wat de kansen zijn voor de Overijsselse circulaire maakindustrie. We zijn trots dat onze factsheets en bijbehorende database nu openbaar beschikbaar zijn zodat iedereen zelf inzicht heeft en kan experimenteren met de mogelijkheden die de circulaire economie biedt.

Maakindustrie: razendsnelle innovaties en slimme systemen
De veranderingen in de maakindustrie gaan razendsnel. Uniforme massaproductie is getransformeerd naar ‘persoonlijk’ en ‘op maat’, technologische innovaties maken producten up-to-date en digitaal is de standaard geworden. Trends als the Internet-of-Things en de inzet van Big Data bieden bedrijven uit de maakindustrie dan ook enorme kansen. Door bijvoorbeeld sensoren in te bouwen kunnen systemen zelf meten wanneer bepaalde onderdelen aan vervanging toe zijn, waardoor de levensduur van producten verlengd kan worden met slimme toepassingen. Zo gaan innovaties sneller en worden producten slimmer en beter afgestemd op de veranderlijke wensen van de klant.

Wat maakt de maakindustrie zo interessant voor nieuwe verdienmodellen?
In complexe en intelligente systemen wordt veel gebruik gemaakt van waardevolle en schaarse metalen en voor verschillende grondstoffen bestaan er risico’s voor leveringszekerheid. Daarom is het van belang om na te denken hoe grondstoffen op een hoogwaardige manier kunnen worden ingezet, om zo de kansen die de innovaties in de sector bieden nu én in de toekomst te kunnen benutten.

Het elektronisch afval (e-waste) afkomstig uit dit type high-tech producten kan vaak nog slecht verwerkt worden waardoor de waarde van de componenten en materialen verloren gaat. Het winnen en bewerken van deze grondstoffen is zeer energie intensief met een hoge milieu-impact als gevolg. Enkele componenten bevatten 1000 keer meer waarde dan de materialen waar deze uit voortkomen. De vraag naar deze materialen en componenten gaat stijgen waardoor het ook van belang is na te denken hoe deze componenten behouden kunnen worden, dit biedt kansen voor nieuwe verdienmodellen waarmee milieu-impact wordt voorkomen en deze schaarse materialen behouden blijven.

De factsheets bieden inzicht in de kansen voor circulaire verdienmodellen die zijn gericht op het behouden van de waarde van het product. De verschillende manieren van waardebehoud in de circulaire economie tonen aan dat er veel kansen liggen voor bedrijven in Overijssel. Met nieuwe verdienmodellen kunnen bedrijven meer waarde creëren met minder middelen en worden ze minder afhankelijk van de aanvoer van schaarse (virgin) grondstoffen en kritische materialen. Door met nieuwe verdienmodellen van het verkopen van producten naar het aanbieden van diensten over te gaan worden grondstoffen efficiënter gebruikt en zal de waarde van grondstoffen op product-, component- en materiaal niveau behouden blijven. Daarnaast is het mogelijk met de huidige producten meerdere gebruikers te bedienen.

Openbare database en factsheets
Dr2 New Economy gelooft in de kracht van het delen om innovatie te bereiken; daarom is zijn de factsheets en databases beschikbaar voor iedereen die meer inzichten wil in de kansen voor de maakindustrie. Alle factsheets en databases zijn opgenomen in de Regionale Transitieagenda’s van de maakindustrie in Overijssel.

Impact van dit project

‘Doordat we inzichtelijk maken voor welke grondstoffen er risico’s zijn m.b.t. leveringszekerheid en ook laten zien welke materialen de meeste CO2 impact hebben, wordt het mogelijk concreet nieuwe materialen en verdienmodellen in te zetten om toch economische kansen te blijven benutten.’Pepijn Duijvestein (Dr2 New Economy)

“Het is lastig om omvangrijke en zeer diverse grondstofstromen te identificeren in de maakindustrie. Door op productniveau te kijken wordt goed duidelijk wat de mogelijke bijdrage van de maakindustrie kan zijn aan grondstoffenreductie en CO2 besparing. Ook het economisch potentieel voor de regionale economie is groot. Door deze kansen inzichtelijk te maken kunnen we betere beleidskeuzes maken.”  Jos Mulder (Provincie Overijssel)

Voor meer informatie over de openbare database, en de Regionale transitieagenda Maakindustrie neem contact op met pepijn@dr2neweconomy.com.

Documenten

Houtketen project van Dr2 New Economy en de provincie Noord-Holland wint Circular Award Public!

Tijdens de tweede editie van de Nationale Conferentie Circulaire Economie op 3 februari hebben Dr2 New Economy en de provincie Noord-Holland de Circular Award in de categorie Public in ontvangst mogen nemen. Uit de 121 inzendingen kozen zowel de vakjury als het publiek de circulaire houtketens als winnaar.

Economische waarde en circulaire meerwaarde
Dr2 New Economy en Metabolic voerden een verkenning uit naar de potentiële economische waarde van het hoogwaardig hergebruiken van hout uit de bouw & sloop. Hieruit kwam dat herbruikbaar hout binnen de Metropoolregio Amsterdam alleen al een waarde van €200 miljoen op jaarbasis vertegenwoordigd. Daarop heeft de provincie Noord-Holland Dr2 New Economy gevraagd een aantal pilot houtketens te realiseren in de regio.

Deze aanpak biedt veel kansen voor de toekomst. Dat werd bevestigd op de conferentie, waar veel aandacht was voor de potentie van hout. Zo benadrukte Frans Timmermans de kansen voor houtbouw gezien het feit dat hout zorgt voor CO2 opslag. De jury roemde het winnende project als mooi voorbeeld van Holland als houtland. Juryvoorzitter Vet: “Hout houdt heel lang CO2 vast als je het gebruikt voor een langdurige toepassing in, bijvoorbeeld, de bouw. Er is ook bijna geen circulairder materiaal te bedenken dan hout.” Marten de Vries van de provincie Noord-Holland is het hier helemaal mee eens: “Nederland is Houtland en het is mooi om te zien dat die keten nu ook echt sluit.”

Circulaire houtketens in de praktijk
Binnen deze pilot houtketens zijn de ketenpartners samen aan de slag gegaan. Zo zijn 1.200 balken uit de busremise in Zaandam gedemonteerd en beschikbaar gemaakt voor nieuwe toepassingen in de bouw. Via een tweede pilot wordt gekeken hoe resthout als snoei-, tak-, top- en stamhout uit plantsoenen en parken van de stad, in de bouw hergebruikt kan worden.

Openbare data voor de markt
Dr2 New Economy en de provincie Noord-Holland hechten er veel waarde aan om de drempels om voor circulaire oplossingen te kiezen zoveel mogelijk weg te nemen. Daarom is ervoor gekozen om de gegevens uit deze verkenning openbaar beschikbaar te stellen in de vorm van een database en een rekenmodel zodat de markt er vrij gebruik van kan maken.

Bekroning op ons werk
Pepijn Duijvestein (directeur Dr2 New Economy): Het geeft kippenvel om te zien dat bedrijven de kansen van circulaire economie oppakken doordat wij de potentie van nieuwe verdienmodellen en CO2 besparing inzichtelijk maken. Als onderzoek-, programma- & adviesbureau laten wij zien dat door anders te denken en data openbaar beschikbaar te stellen het bedrijfsleven de kansen oppakt en durft te investeren. Ik ben dan ook enorm trots dat we dit soort programma’s kunnen ontwikkelen voor bedrijven en overheden waarmee circulaire economie in de praktijk wordt vormgegeven.

Voor Dr2 New Economy is de realisatie van dit project en de ontvangst van de Circular Award dan ook een bekroning op ons werk waarin wij ons hebben bevraagd wat onze rol als adviesbureau is. Zo zijn we op zoek gegaan op welke manier we programma’s kunnen ontwikkelen waarin beleid en bedrijfsleven bij elkaar komen en elkaar versterken. Wat hierin een belangrijke rol speelt is het op gang brengen van ketens met als doel om samen die circulaire economie vorm te geven. Elke stap waarin materialen hoogwaardig hergebruikt worden, draagt bij aan de realisatie van die ketens. Zo leren we in alle projecten die we doen samen met onze ketenpartners. Circulaire economie is proberen, samenwerken, herijking, onderzoeken en toepassen en wij zijn ontzettend trots met deze erkenning voor onze aanpak!

Meer weten over dit project? 
Lees hier het artikel over onze nominatie.
Lees hier het persbericht van de provincie Noord-Holland. 
Lees hier het persbericht van het Versnellingshuis Nederland Circulair.
Lees hier meer over het project.

Houtketen project in de finale voor Circular Award!

We zijn trots dat het project ‘houtketens’, waarvoor wij het programma hebben ontwikkeld in opdracht van de provincie Noord-Holland, is genomineerd voor de Circular Award Public, welke zal worden uitgereikt tijdens de Nationale Conferentie Circulaire Economie op 3 februari. Voor ons is de realisatie van dit project een bekroning op ons werk waarin wij ons hebben bevraagd wat onze rol als adviesbureau is. Mede door de masterthesis van Iris Grobben over dit onderwerp (link naar deze blog), zijn we op zoek gegaan naar op welke manier we programma’s kunnen ontwikkelen waarin beleid en bedrijfsleven bij elkaar komen en elkaar versterken. In het programma dat we hebben ontwikkeld voor het houtketen project, komt een aantal principes die in ons werk belangrijk zijn naar voren.

Publiek gefinancierd onderzoek is publieke data: concrete CO2 reductie inzichtelijk 
Bij het MRA onderzoek (Lees hier meer over het MRA-Onderzoek en klik hier voor de openbare database) dat we samen met Metabolic hebben gedaan, is uit de data gebleken dat het níet hergebruiken van hout uit bouw en sloop een enorme milieu-impact heeft. Nadat we dit met de markt hebben gevalideerd, bleek dat de meeste respondenten inderdaad menen dat het verbranden van hout niet de oplossing is voor deze stroom. Het hoogwaardig hergebruiken van hout biedt daarentegen veel voordelen, zoals CO2 reductie (lees hier de blog van Pepijn Duijvestein over de kansen van houtbouw). Door gegevens uit onze verkenning openbaar beschikbaar te stellen in de vorm van een database en een rekenmodel is het voor de markt mogelijk hiervan gebruik te maken. Zo kunnen bedrijven snel analyseren of het hoogwaardig hergebruiken van een bepaalde stroom in hun  regio rendabel is

Focus op implementatie
Binnen de Icoonketens van de provincie Noord-Holland is Dr2 New Economy gevraagd een programma te ontwikkelen om de potentie van hout in de markt te benutten. Wij monitoren de ontwikkelingen in de markt en samenleving continu en zijn zo in staat om de markt te koppelen aan kansen in beleid en economie. Daarbij zijn wij praktisch te werk gegaan. Het gaat ons om een vertaling van theoretische kansen naar de implementatie van een circulaire keten met als uiteindelijk doel om hout hoogwaardig her te gebruiken en zo waardevermindering in de houtketen te elimineren.

Schaalbaar programma 
Om die implementatie te realiseren is het van belang een programma te ontwikkelen dat schaalbaar is en een keten te realiseren die na een verkennende pilotfase zelfstandig door kan groeien. Dr2 New Economy is daarom gestart met een inventarisatie van bedrijven die mee wilden doen. De geïnteresseerde ketenpartners hebben middels interviews data aangeleverd over de huidige activiteiten en de kansen voor het hergebruiken van hout. De volgende stap was het vertalen van de kansen van lokaal hout naar een vier concrete ketens waarbij we per keten een openbaar rekenmodel hebben ontwikkeld voor de hele keten (zie hier Database en rekenmodel voor circulaire business).
Hiermee is inzichtelijk gemaakt voor alle deelnemende ketenpartners dat door samen te werken aan een circulaire keten het voor iedere schakel mogelijk is waarde te genereren en geld te verdienen. Vervolgens is er gestart met twee pilot ketens. Een eerste keten van lokaal hout uit Amsterdam dat door middel van kap in de regio beschikbaar komt en een tweede keten voor gebruikte bouwmaterialen.

Kansen voor nieuwe verdienmodellen en waardecreatie
Wij gaan als bureau niet op de stoel van de ondernemer zitten maar verbinden ze middels ons programma met elkaar om na te denken over nieuwe verdienmodellen en samenwerkingsverbanden. Zo leren zij de principes van de circulaire economie kennen, die ze kunnen toepassen op hun eigen keten. Op die manier worden de theoretische kansen omgezet naar kansen voor het eigen bedrijf. Dit gaat niet automatisch en vergt aanpassingen van alle partijen die betrokken zijn. Maar als het eenmaal lukt, ontstaan voorbeelden van de nieuwe economie!

Want ja, er moet selectief gesloopt worden wat meer tijd kost voor de sloper. Het materiaal moet bewerkt worden om weer te voldoen en vervolgens moet het getransporteerd worden naar een nieuwe (opslag)locatie. Dan moet het beschikbaar gesteld worden zodat het in een nieuw ontwerp- en bouwproces ingezet kan worden als tweedehands grondstof. Het is een uitdaging om dit lokaal aan elkaar te verbinden en de ketenpartners te laten samenwerken. Dit is waar de provincie Noord-Holland de kans zag om een nieuwe manier van samenwerking tussen bedrijven in de keten te stimuleren door Dr2 New Economy als katalysator te laten functioneren.

Innovatieve Publiek-Private samenwerkingen
We zijn trots dat het is gelukt in Noord-Holland en dat de bedrijven de kansen pakken. Wij vinden het mooi om te zien dat de bedrijven hier positief op reageren en bereid zijn zelf te investeren om deze ketens in de regio te realiseren. Dit soort programma’s is wat ons betreft de kracht van publiek private samenwerking waarbij we wetenschappelijke data en innovatie toetsen aan de realiteit, dit openbaar beschikbaar stellen voor de markt en het bedrijfsleven die dit vervolgens doorvertalen naar hun eigen product, dienst of bedrijfsvoering.

Samen impact maken
Zo realiseren wij samen met onze opdrachtgevers impact, niet door alleen te praten, maar vooral door onderzoek openbaar toegankelijk te maken en toe te passen. Het opsporen, selecteren en delen van data op dit gebied blijkt een goed middel om bedrijven te stimuleren hun waardemodel aan te passen. Wij zijn dan ook enorm trots dat het programma dat wij hebben ontwikkeld heeft geleid tot een nominatie voor de Circular Award Public en kijken terug op een succesvol project waarbij er door de ketenpartners, de provincie Noord-Holland en Dr2 New Economy op een innovatieve manier is samengewerkt om impact te maken met circulaire economie.

Meer lezen over het Houtketens project? Klik hier. Weten wat voor programma Dr2 New Economy kan ontwikkelen voor jouw keten? Neem contact op met Pepijn Duijvestein via pepijn@dr2neweconomy.com of bel: 06-41333889

Towards a Dutch-Sino cooperation in tackling kitchen/food waste

Combating food waste is a major challenge for governments. Because of Dr2 New Economy’s previous experience in advising local governments on this topic, the Dutch Ministry of Infrastructure and Environment and the Shanghai Municipal Commission of Commerce asked Dr2 to organize an exchange of views on food waste in the Netherlands. Together with our colleagues from Dr2 Consultants Shanghai – our sister company with a focus on stimulating trade between Europe and China, we invited Dutch experts for a factfinding mission at Instock, one of the Dutch innovative companies reimagining food waste streams. Jonah Link, our colleague from Dr2 New Economy wrote a blog about the meeting:

China is one of the biggest garbage producers of the world[1]. Household & company waste in China is characterized by a relatively large proportion of kitchen waste such as (cooking-)oil and residual food elements mixed with some type of packaging. Therefore, the Shanghai Municipal Commission of Commerce was sent out to the Netherlands to gather insights on how circular economy policies have stimulated innovative market solutions in the Netherlands and gather inspiration from exemplary businesses with regards to food waste reduction and management. Monday (25 november), together with our colleague Elvis Liang from our sister company Dr2 Consultants from Shanghai, Marieke van der Werf and I received the delegation. The reception and the program were facilitated by the Dutch government.

We arranged a lunch of healthy and tasty wasted foods as well as a meeting with several experts in terms of food waste management at the restaurant Instock in Amsterdam. During the meeting we had speakers over from Instock, the Municipality of Amsterdam, Utrecht University and Wageningen University Research. Some key takeaways: Roughly a third of all food is currently being wasted. If food waste was an industry in Amsterdam, it would be the second largest emitter of CO2-emissions in the city. The city of Amsterdam as a whole spends roughly €272 million euros each year on food that is never consumed. But the Netherlands is currently moving into the right direction with many new companies and initiatives that create new value by reducing waste.

 

In order to truly reduce food waste in Shanghai, a Dutch-Sino cooperation provides an interesting opportunity in collectively tackling this issue. Moreover, the Dutch government could work towards signing a Memorandum of Understanding (MoU) with the Shanghai government for Dutch-Sino cooperation in tackling kitchen/food waste. This could result in a long-term government-to-government advisory trajectory which can in turn provide opportunities for Dutch food waste management organizations. Currently, Dr2 New Economy is asked to explore the possibilities to formalize such cooperation with Dutch food waste organizations in an instrument like Partners International Business (PIB).

Imagine the impact of food waste reduction in a city like Shanghai which is about twenty times the size of Amsterdam. Mrs Zhu Yi, Vice-Chairman and leader of the delegation said afterwards that she hoped to continue this collaboration in tackling the challenge of global food waste share and exchange knowledge, data and best practices. For that we need to move from short-term driven coping measures to actual long-term system transformation while identifying stakeholder needs, overcoming barriers while monitoring impact. Thank you Froukje Anne Karsten, Jesus Rosales Carreon and Jorrit van Kooij for your inspiring presentations and for being part of the start of something meaningful.

[1] http://documents.worldbank.org/curated/en/302341468126264791/pdf/68135-REVISED-What-a-Waste-2012-Final-updated.pdf

Vijfluik de visie van Dr2 New Economy: Toekomstbestendige materiaalkeuze

Dr2 New Economy werkt aan de transitie naar een nieuwe economie. Een van de aspecten daarvan is de circulaire economie. In een reeks blogs willen we het gesprek aangaan over wat belangrijk is om de transitie naar een circulaire economie vorm te geven. 

In deze blog aandacht voor het belang van toekomstbestendige materiaalkeuze in productontwerp.

Materiaalkeuze doet ertoe
Bij het (her)ontwerpen voor circulariteit is het van belang na te denken hoe producten zo lang mogelijk mee kunnen gaan en hoe waardevolle grondstoffen op een zo hoogwaardig mogelijk manier toegepast kunnen worden. De materiaalkeuze kan op verschillende manieren tot stand komen: een product dat lang meegaat of exact de juiste veerkracht heeft voor de benodigde toepassing. Daarbij zijn er een aantal principes die van belang zijn die in deze blog verder zullen worden toegelicht. 

Hoogwaardige functies
Bij het maken van een keus voor materialen is het van belang een goede afweging te maken tussen functie en  Zo is aluminium bijvoorbeeld erg geschikt voor complexe toepassingen in de energietransitie, maar voor een kozijn kan beter worden gekozen voor een materiaal dat minder schaars is, zoals hout.  Schaarse materialen moeten dus in een zo hoogwaardige toepassing worden ingezet en voor minder complexe toepassing is het goed om te zoeken naar materialen uit hernieuwbare bron. 

Toxische materialen elimineren
Naast de initiële keuze voor materiaal is het ook van belang om producten zo lang mogelijk binnen de economie te behouden. Maar, niet alle materialen die nu in producten gebruikt worden, zijn hier geschikt voor. Wanneer er in producten gebruik is gemaakt van toxische materialen, is het niet altijd wenselijk deze zo lang mogelijk in de keten te behouden. Een voorbeeld om dit te illustreren:

Een voorbeeld: een nieuw geproduceerd matras gemaakt van latexschuim, genaamd CircuLex. Om de matras te verbeteren in brandveiligheid worden twee (EU goedgekeurde) vlamvertragers toegevoegd aan het product. De matrasfabrikant verkocht de matrassen door aan een consument en na gemiddeld tien jaar was de eindgebruiker toe aan een nieuw matras en bracht deze naar de gemeentewerf waar duizenden van dit soort matrassen jaarlijks terechtkomen (ongeveer 5,95 miljoen Kg aan matrassen naar de werf gebracht in NL). De gemeentewerf verkoopt de matrassen door aan een fabrikant voor geupcycled autobekleding. De bekleding fabrikant verwerkt op innovatieve wijze de matras in de bekleding van auto’s en daarmee krijgt de eerder afgedankte matras een nieuwe bestemming in de circulaire economie. Een mooie oplossing zou je denken. Met de kennis van nu bleken de vlamvertragers gevaarlijke stoffen te bevatten. De innovatieve auto bekleding fabrikant had hier geen idee van en zo verdwenen de giftige stoffen uit het zicht en stapelden zij zich op binnen het circulaire systeem. Door zoveel mogelijk gebruik te maken van natuurlijke materialen kunnen deze grondstoffen aan het einde van de levensduur hergebruikt worden. Dit verkleint het op dergelijke misstanden en levert op de lange termijn nieuwe grondstoffen op voor nieuwe producten. 

Toekomstbestendige materiaalkeuze voor een circulaire economie
In een lineaire economie zijn er lineaire ketens gevormd waarbij producten per stap een toegevoegde waarde krijgen. In een circulaire economie veranderen deze ketens in een netwerk van knooppunten waar producten en materialen door circuleren. Dit creëert de urgentie te werken met natuurlijke materialen en biobased oplossingen waarbij het risico op accumulatie van niet traceerbare toxische materialen wordt geminimaliseerd en waarbij de herkomst van grondstoffen te achterhalen is. Tevens is het van belang te werken met grondstoffen met een hoge leveringszekerheid. Schaarse middelen kunnen zo in worden gezet in complexe toepassingen voor bijvoorbeeld de energietransitie, zodat de transitie steeds verder vorm krijgt en er een toekomstbestendige circulaire economie wordt gecreëerd. 

Wat doet Dr2 New Economy?
Dr2 New Economy werkt altijd toe naar implementatie. Door niet langer alleen te praten over doelstellingen en ambities, maar door concreet aan de slag te gaan met circulair ontwerp. Organisaties kunnen vervolgens een enorme impact realiseren door onderdelen van hun productieproces circulair in te richten. Meer weten over onze aanpak? Neem contact op met pepijn@dr2neweconomy.com. Interesse in onze blogs? Meld je aan voor de update door een mailtje te sturen naar iris@dr2neweconomy.com.  

Trias Emergetica: drie principes voor circulair grondstoffengebruik

In de energietransitie wordt veel gebruik gemaakt van de Trias Energetica (RVO, 2013). Dit is een vuistregel die kan worden gebruikt om een zo duurzaam mogelijke energievoorziening te realiseren. Opgebouwd uit drie afzonderlijke stappen ondersteunt de Trias Energetica het keuzeproces met een vuistregel.

Principes van de Trias Energetica
Stap 1: Beperk de energievraag
Stap 2: Gebruik hernieuwbare energiebronnen
Stap 3: Gebruik eindige (fossiele) energiebronnen efficiënt

Circulaire Economie: vuistregels voor materiaalgebruik
In de circulaire economie spelen vergelijkbare vragen bij de keuze voor grondstoffen voor het vervullen van een bepaalde functie. Per product dat wordt ontwikkeld maken ontwerpers een afweging voor welke grondstoffen ze kiezen, een keuze die op verschillende manieren impact heeft (CO2, prijs, vervuiling, schaarste). De 10R strategieën voor circulariteit (PBL, 2017) helpen makers in het nadenken over de toepassing van grondstoffen en de mogelijkheden die er zijn voor hergebruik. Dit biedt interessante denkrichtingen en nieuwe perspectieven voor innovatie en materiaaltoepassingen.

De Trias Energetica wordt breed toegepast en biedt een solide kader voor afwegingen m.b.t. duurzame energievoorziening, echter voor het maken van een keuze voor het toepassen van materiaal, zijn dezelfde principes van toepassing. Daarom introduceren wij als aanvulling op de Trias Energetica bij deze de Trias Emergetica* voor de circulariteit.

Principes van de Trias Emergetica
Stap 1. Beperk de vraag naar materialen
Stap 2. Gebruik materialen uit hernieuwbare bronnen
Stap 3. Gebruik eindige materialen efficiënt en in hoogwaardige toepassingen

Leuk zo’n hergebruikt model, maar wat hebben we er aan?
De principes uit de Trias Emergetica helpen ontwerpers in het maken van keuzes in de toepassing van materialen. Deze principes kunnen gebruikt worden in combinatie met de 10R strategieën door elke stap te gebruiken binnen een van de R’en. In deze blog zullen de principes van de Trias Emergetica worden toegepast op verschillende onderdelen van een gebouw. Hiervoor zullen de schematische schillen van gebouwen in de 6 S’en van Steward Brand (How Buildings Learn, 1994) als analytische basis dienen. In iedere schil worden andere keuzes gemaakt voor het gebruik van materialen, producten en toepassingen van energie. Per schil wordt in onderstaande afbeelding een keuze voorbeeld gegeven, gekoppeld aan een van de vuistregels van de Trias Emergetica.

Stuff – alle losse spullen die een gebouw in gaan

  • Tussen je dagelijkse boodschappen zit vaak veel verpakkingsmateriaal. In Nederland produceren we gemiddeld 490 Kg afval per persoon.
  • Verpakkingsvrije inkopen besparen per huishouden 225 kg CO2 per jaar (Pieter Pot, 2019).

Space Plan – opbouw binnenkant van een gebouw

  • Tapijt verbruikt in de productie veel energie en is lastig te hergebruiken.
  • Daar staat tegenover dat houten vloeren beter herbruikbaar zijn en een opslag zijn voor CO2 met een lager energieverbruik. Zo heeft hout een negatieve impact op geproduceerde CO2 (opslag) en tapijt een positieve (uitstoot)** (Mahalle et al., 2011).

Services – installaties in een gebouw

  • CV Ketels worden nog veel verkocht, terwijl de transitie naar aardgas vrije wijken volop gaande is. CV ketels verbruiken veel aardgas voor het verwarmen van woningen, en gebruiken daarmee veel (fossiele) grondstoffen.
  • Het is, afhankelijk van de woning, ook mogelijk om over te stappen op een warmtepomp met bodembron. Daarmee kan tot wel 50% CO2 uitstoot vermeden worden in vergelijking met een CV ketel (ongeveer 1000 Kg CO2-uitstoot voorkomen) (Milieu Centraal, 2019). Een warmtepomp maakt gebruik van elektriciteit en die wordt efficiënter opgewekt in elektriciteitscentrales, door windmolens en zonnepanelen.

Skin – opbouw buitenkant van een gebouw

  • Veel kozijnen worden momenteel gemaakt van aluminium. Aluminium is goed recyclebaar, maar heeft qua isolatie niet de juiste thermische eigenschappen en is energie intensief om te produceren.
  • Houten kozijnen** zijn minder energie intensief en hebben een 20 keer zo lage CO2-impact dan aluminium kozijnen.

Structure – constructie van een gebouw

  • De productie van staal en beton is zeer energie intensief, toch wordt er in Nederland veel gebouwd met deze materialen.
  • De netto-uitstoot van een betonnen gebouw bedraagt 870 ton, terwijl dat van een houten gebouw slechts 34 ton is.

Site – locatie van een gebouw

  • De site is op zichzelf “eternal”. De omgeving verandert, hierdoor is flexibiliteit (en modulariteit) nodig zodat gebouwen zich kunnen schikken naar de omgeving.
  • De afweging voor het gebruik van materialen is altijd context afhankelijk. Zo kan de impact van niet hernieuwbaar materiaal dat lokaal gewonnen wordt lager zijn dan materiaal uit een hernieuwbare bron dat over grote afstand getransporteerd moet worden.

Wat is het nut van een Trias Emergetica?
Het doel van de Trias Emergetica is uiteindelijk een zo hoog mogelijke functievervulling te creëren met materialen met een zo laag mogelijke ‘embodied energy’ over een zo lang mogelijke periode. Zo ondersteunt de Trias Emergetica in de keuzes die leiden tot een zo hoogwaardig mogelijke toepassing van grondstoffen, componenten en producten. Benieuwd naar de bedrijven die hier al bewust over nadenken? Neem een kijkje op https://www.startpagina-dr2neweconomy.com/

Literatuurlijst

  1. RVO, 2013
  2. PBL, 2017
  3. Pieter Pot, 2019
  4. Mahalle et al., 2011 
  5. Milieu Centraal, 2019

*Emergy is de hoeveelheid energie die direct en indirect is geconsumeerd in het ontwikkelen van een product of service.

** Het is van belang dat het hout van verantwoorde kap betreft.

Dr2 RES-Academie: ondersteuning van bestuurders in de regionale energiestrategie

De opgave                  

Nederland bevindt zich in een transitie, die, om de doelen van het Parijs-akkoord te behalen een ingrijpende verandering van onze energievoorziening beoogt. Inmiddels is het Klimaatakkoord gepubliceerd en dertig regio’s zijn lokaal vorm aan het geven wat landelijk is bedacht. Het bestuurlijk talent dat deze uitdaging aangaat verdient vanzelfsprekend de best beschikbare ondersteuning. Met dit streven is er de afgelopen maanden door de Rijksoverheid, RVO en VNG gewerkt aan een ondersteuningsprogramma voor de uitvoering van de RES.

Aanvullend op dit aanbod, richt de Dr2 RES-Academie zich specifiek op ondersteuning van bestuurders en managers. Sturing geven aan de regionale energietransitie in het krachtenveld tussen top-down kaders en bottom-up wensen en tussen interbestuurlijke afstemming en politieke verantwoording is beslist geen sinecure. De Dr2 RES-Academie biedt antwoorden op de vragen die hieruit voortkomen en helpt valkuilen te vermijden.

Dr2 RES-Academie is een co-creatie van de transitie-experts van Dr2 New Economy, public affairs-specialisten van Dröge & van Drimmelen en een breed netwerk aan experts en sleutelfiguren binnen de Regionale Energiestrategieën (RES). Bezoek de pagina van de Dr2 RES Academie hier: www.dr2resacademie.nl

De vraagstukken

Enkele van de door ons gesignaleerde vraagstukken zijn:

  1. Vanuit welke (gezamenlijke) visie ga ik het project aan?
  2. Welke positie past mij in het krachtenveld?
  3. Hoe betrek ik alle stakeholders?
  4. Wat heb ik nodig t.a.v. de inhoud?
  5. Wie leidt de onderhandelingen naar een concreet bod?

Op onder meer deze terreinen biedt de Dr2 RES-Academie voor RES-bestuurders in de regio een module bestaande uit: inspirerende lezing, kennis-uitwisseling, inhoudelijke workshop, vaardigheidstraining.

Meer informatie

Marieke van der Werf
Partner en Senior Adviseur Dröge & van Drimmelen en Dr2 New Economy
Voormalig deelraadslid Gemeente Amsterdam en oud-Tweede Kamerlid woordvoerder energie, specialist bestuur & beleid, energie en public affairs
mariek@dr2neweconomy.com / 06 50 41 98 96

Iris Grobben
Junior adviseur Dr2 NewEconomy
specialist transitie vraagstukken en participatieprocessen
iris@dr2neweconomy.com / 06 49 32 17 26

Sander des Tombe
Junior adviseur Dröge & van Drimmelen
specialist public affairs en financiële haalbaarheid
s.des.tombe@dr2.nl / 06 53 19 41 81

 

Langer in de keten: de visie van Dr2 New Economy

Dr2 New Economy werkt aan de transitie naar een nieuwe economie. Een van de aspecten daarvan is de circulaire economie. In een reeks blogs willen we gesprek aan gaan over wat belangrijk is om de transitie naar een circulaire economie vorm te geven. 

  • Circulair in fasen;
  • Langer in de keten;
  • Toxische elementen elimineren;
  • Circulair in delen;
  • Nieuwe verdienmodellen met huidige producten.

In deze blog aandacht voor het belang van langer in de keten houden van producten.

Auteur: Jonah Link

In deze blog aandacht voor de strategie om producten langer in de keten te houden en zo meer te verdienen met de huidige middelen. De huidige verdienmodellen zijn over het algemeen verkoop georiënteerd en daarom komen de inkomsten vooral voort uit het afzetten van zoveel mogelijk producten. Dit systeem creëert een stimulans bij producenten om producten te ontwerpen met een relatief korte levensduur waarbij na gebruik een nieuw product wordt verkocht. Veel waarde gaat daarbij verloren. De circulaire economie is een economisch systeem dat is gestoeld op het idee dat grondstoffen, componenten en producten zo lang mogelijk hun waarde behouden in de keten en eindeloos in de economie kunnen circuleren. Hoewel recycling recentelijk veel aandacht heeft gekregen in het bedrijfsleven, gaat het uitbreiden van de levensduur van producten veel verder dan alleen het recyclen van materialen. Het gaat erom dat de meest waardevolle componenten van een ​​product zo lang mogelijk in de gebruiksfase worden behouden efficiënt worden benut en daarmee zoveel mogelijk waarde creëren met minder middelen.

Verdienstelijking

Veel bedrijven denken dat wanneer ze circulair willen gaan produceren ze hun gehele product moeten herontwerpen, wat in veel gevallen een grote investering vergt. Er zijn echter tal van kleinere stappen mogelijk middels het aanpassen van het businessmodel waardoor producten langer in de keten blijven en grondstoffen voor het ontwikkelen van nieuwe producten uitgespaard worden. Een voorbeeld hiervan is het aanbieden van producten via deelplatforms wat efficiënter gebruik stimuleert. Een ander voorbeeld is consumenten laten betalen voor prestaties of toegang tot een product waarbij de producent als dienstverlener optreedt. Deze modellen zorgen er voor dat producten efficiënter gebruikt worden en langer in de keten worden gehouden doordat ze gerepareerd worden i.p.v. vervangen. Zo worden minder grondstoffen te verbruiken in de productie van nieuwe producten. Het hoeft niet zo te zijn dat het gehele productieproces opnieuw moet worden ingericht. Het is juist mogelijk om van de huidige producten met een ander verdienmodel de levensduur te verlengen. Hier ontstaat ook een nieuwe doelgroep bij dat tweedehands of refurbished producten kan benutten en is het mogelijk als producent meer dienstverlenende inkomsten te realiseren, bestaande klanten nog beter te binden en voorzien van een product of dienst.

Verder zijn er enkele vuistregels die aangehouden kunnen worden in hoe lang een product, component mee zou moeten gaan. Niet in alle gevallen is het zinvol in zowel economische als ecologische zin om een product in de keten te houden. Bijvoorbeeld bij productinnovatie waar goedkopere en duurzamere alternatieven op de markt zijn gekomen die tijdens het gebruik efficiënter zijn en daarmee op korte termijn al winst opleveren. Bijvoorbeeld het vervangen van enkel glas voor dubbelglas, HR+ of HR++ glas. Het enkele glas kan vervolgens wel gerecycled worden en tot nieuw product worden verwerkt. Als hout als materiaal voor een product wordt gekozen voor bijvoorbeeld het vastleggen van CO2 dan moet het product minstens zo lang meegaan als dat het tijd gekost heeft voor de boom om te groeien. De daadwerkelijke waarde creatie van hout vindt dus pas plaats als het langer gebruikt kan worden dan het geduurd heeft om het te produceren. Wanneer iets korter gebruikt wordt is het in feite enkel een aanjager van ontbossing of een verschuiving in het gebruik van land (wat vaak gepaard gaat met ontbossing).

Inspirerende voorbeelden

Het mooie is dat het niet nodig is om een nieuw product te ontwerpen om een circulair verdienmodel te realiseren. Er zijn meerdere voorbeelden van bedrijven die juist gebruik maken van producten die al circuleren in de markt. Saneral biedt gebruikte productiemachines aan (granulators en shredders), Labmakelaar handelt in gebruikt laboratoriumapparatuur en Octopi is een online platform voor tweedehands materialen en gereedschap uit de industrie. Producten krijgen een langere levensduur door hergebruik en kunnen in combinatie met goed onderhoud de nodige dienst leveren tegen lagere kosten waarbij de productie van nieuwe goederen kan worden vermeden. Op dit moment circuleren er duizenden producten die over tien jaar de verbrandingsoven als bestemming tegemoet zien, terwijl deze door de kwaliteit met goed onderhoud nog minstens het dubbele mee zouden kunnen gaan. Dit zijn kansen en deze liggen er voor het oprapen!

Wat doet Dr2 New Economy?

Dr2 New Economy werkt altijd toe naar implementatie. Door niet langer alleen te praten over doelstellingen en ambities, maar door concreet aan de slag te gaan met circulair ontwerp. Organisaties kunnen een enorme impact realiseren door onderdelen van hun productieproces circulair in te richten en zo stap voor stap circulaire producten te realiseren.

In de volgende blog zullen we aandacht besteden aan het belang van het elimineren van toxische elementen. Interesse in onze blogs? Meld je aan voor de update door een mailtje te sturen naar iris@dr2neweconomy.com

Circulair in fasen: de visie van Dr2 New Economy

Dr2 New Economy werkt aan de transitie naar een nieuwe economie. Een van de aspecten daarvan is de circulaire economie. In een reeks blogs willen we gesprek aan gaan over wat belangrijk is om de transitie naar een circulaire economie vorm te geven. 

  • Circulair in fasen;
  • Langer in de keten;
  • Materiaalkeuze;
  • Nieuwe verdienmodellen met huidige producten;
  • Startpagina van de nieuwe economie

In deze blog aandacht een transitie naar een circulaire economie in fasen.

Steeds meer mensen zien het belang van circulaire economie in en zetten stappen met hun regio of keten. Hoewel dit een positieve ontwikkeling is, ontbreekt het debat rondom circulaire economie vaak aan concreetheid, visie en diepte. Daarom zet Dr2 New Economy in een vijfluik haar visie op de transitie naar een circulaire economie uiteen met de volgende blogs: Circulair in fases, Langer in de keten, Toxische elementen elimineren, componenten circulair, en nieuwe verdienmodellen met huidige producten. In deze eerste blog concretiseren we de betekenis van de ambitie om 50% circulair te produceren in 2030.

Doelen van het Rijk

De Rijksoverheid heeft in 2016 het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050 gepresenteerd. Hierin staan drie strategische doelen geformuleerd:

  • Grondstoffen in bestaande ketens hoogwaardig benutten.
  • Fossiele, kritieke en niet duurzaam geproduceerde nieuwe grondstoffen vervangen door duurzaam geproduceerde, hernieuwbare en beschikbare grondstoffen.
  • Nieuwe productiemethodes ontwikkelen en producten herontwerpen.

Het Grondstoffenakkoord is ondertekend door veel publiek en private partijen en markeert het startpunt om de ambities van een circulair economie in 2050 te realiseren. Aan verschillende tafels is een thematische uitwerking gemaakt van de doelstellingen en vertaald in vijf transitieagenda’s Biomassa & Voedsel, Kunststoffen, Bouw & Infra, Maakindustrie en Consumptiegoederen. Hiermee wordt verdere invulling gegeven aan de doelstellingen voor 2021, 2025 en 2030.

In alle lagen van de Nederlandse samenleving wordt beleid gevormd om de markt te stimuleren circulair aan de slag te gaan en innovatieve koplopers uit het bedrijfsleven zetten stappen in hun productieproces. De noodzaak lijkt helder, de kansen ook. Dus wat staat de transitie nu nog in de weg?

Het perspectief van het bedrijfsleven

Het overgrote deel van de Nederlandse bedrijven is gewoon aan het produceren. De economie is aangetrokken en zij hebben een order portfolio dat vol zit met lineaire orders. Ze voelen de urgentie niet en zien de kansen evenmin. Aan de andere kant zijn er bedrijven die wel stappen zetten, maar bekritiseerd worden in hun uitvoering. Wat vaak verkeerd wordt begrepen en door critici wordt uitgebuit is de conceptie dat wanneer een organisatie bezig gaat met circulaire economie deze in een keer 100% circulair moet zijn. Dit is vaak haalbaar, noch wenselijk in de fase waarin we ons nu bevinden, omdat het gepaard gaat met hoge kosten en er nog veel onbekend is.

Toekomstige ambities en hedendaagse realiteit

We moeten ons dan ook niet blindstaren op 100%. De ambitie om tot een volledig circulaire economie te komen is een mooie stip op de horizon en dient vooral ter stimulering om nu stappen te gaan nemen. Innovatieve ontwikkelingen komen niet verder wanneer koplopers elkaar afstraffen voor het niet 100% voldoen aan het toekomstige ideaalbeeld. Tevens werkt het verlammend wanneer doelstellingen voor 2050 geprojecteerd worden op de huidige situatie.

Hoe nu verandering in gang te zetten?

Dr2 New Economy pleit daarom ten alle tijden voor een gefaseerde aanpak waarbij er op componenten niveau wordt gestart met circulair herontwerp. Wanneer een deel van de materialen vervangen kan worden door reeds gebruikte materialen heeft dit 100% meer impact dan wanneer er nieuwe materialen gebruikt zouden zijn. Op deze manier kan een organisatie vandaag aan de slag met circulaire economie zonder enorm veel tijd en geld te hoeven investeren in het volledig circulair doorontwikkelen van een product. Transities vergen tijd en doorlopen verschillende fases. Innovaties moeten ontwikkelen en veel kennis en kunde die nodig zijn om circulaire producten te realiseren moeten iteratief ontwikkeld worden. Daarom is het van groot belang dat organisaties zich niet blindstaren op de 100% doelstellingen voor de toekomst, maar dat ze zien wat ze nu al kunnen doen.

In de volgende blog zullen we aandacht besteden aan de eerste ingreep die veel bedrijven kunnen doorvoeren waarmee ze meer geld kunnen verdienen met de huidige middelen. Interesse in onze blogs? Lees hem hier. Meld je aan voor de update door een mailtje te sturen naar iris@dr2neweconomy.com.

Wat doet Dr2 New Economy?

Dr2 New Economy werkt altijd toe naar implementatie. Door niet langer alleen te praten over doelstellingen en ambities, maar door concreet aan de slag te gaan met circulair ontwerp. Organisaties kunnen nu direct impact realiseren door onderdelen van hun productieproces circulair in te richten. Interesse wat Dr2 New Economy daarbij voor jouw organisatie kan betekenen? Neem contact op met Pepijn Duijvestein pepijn@dr2neweconomy.com.

 

Circular economy: what went wrong?

by: Marieke van der Werf

In the beginning of June, the World Circular Economic Forum took place in Helsinki for the fourth time. Around two thousand participants, including me, were able to choose from various meetings, campfires, lunch meetings and side sessions. Europe, with the Netherlands leading the way, has clearly embraced the circular economy. The forum was well organized, presented enthusiastic speakers, and offered fine catering. So far so good.

However, some things are not heading in the right direction, in my opinion. The mood surrounding the circular economy is starting to become heavy with concern. It is the same atmosphere that used to be around the environment and sustainability and nowadays around climate change. It is a mood of: we want to, but how do we manage it? With the same frowning speakers, a similar appeal to moral responsibility, the well-known issues in the field of technology, regulation and financing and, also in Helsinki, children with banners on the stage and a pervasive call to save the world.

Well-intentioned and genuine: no doubt about that! But how is it possible that an economically promising principle ended up in this corner? Where did it go wrong?

The “circular economy” phenomenon has been put into the spotlight in Europe by the Ellen MacArthur Foundation. McKinsey calculated in 2010 that, as a result of a linear take-make-waste system, 680 billion euros worth of value is lost across the EU because of dumping or incinerating materials. As a member of parliament at that time,  I arranged for this to be calculated for the Netherlands as well. TNO came up with an amount of 7.3 billion euros, after which the circular economy became a political theme. Later studies also show this market potential. A recent study by my agency Dr2 New Economy and Metabolic for the Metropolitan Region of Amsterdam shows that 688 million euros in construction and demolition and 144 million euros in e-waste, 50% is lost due to low-value processing techniques each year.

Thus, the initial approach to the circular economy was from the perspective of its potential value but now we end up talking about the costs.

Is it because of our Calvinistic national character? Do we like problematizing? A possible explanation is that in most cases the circular economy is assigned to the people who were already working on sustainability and the environment. Driven experts, but they are too distant from their colleagues that have economy in their portfolios . We see this in the Dutch national government where the Ministry of Infrastructure and Water management manages the circular economy, with a fraction of the Ministry of Economic Affairs’ budget. The same goes for municipalities and provinces where – with a few exceptions – the circular economy falls under sustainability directors. In companies too, the circular economy has ended up at the offices of the environmental department.

Circular business models are built on value retention instead of cost reduction. This leads to a profitable business case and a sustainable economy. Organizing cycles in which materials can be used in new products, provides Europe and the Netherlands with a structural growth path, which simultaneously leads to less geopolitical dependence. It is a missed opportunity that also in the EU, this win-win concept falls under DG “Environment” instead of “Economy”.

As Dr2 New Economy, we strongly adhere to the economic perspective of a circular economy. Economy and ecology go hand-in-hand, which invariably leads to profitable and long-lasting business cases. In this way we make products (chains), companies and regions fit for the future.

And this is an extremely cheerful and optimistic affair!